|
Sinds het ontstaan van de eerste tweewieler is er heel wat geëxperimenteerd met
de opstelling van het motorblok. Nadat het blok een plekje had gevonden ter
hoogte van de trapas was het wachten op een verdere uitbreiding. Met een
ééncilinder was de motoropstelling nog niet zo moeilijk. Toen er eenmaal een
cilinder bijgezet werd om het vermogen te verhogen kreeg die een plekje naast de
andere cilinder, of eigenlijk er achter. De V-twin was geboren. Veel fabrikanten
plaatsten de cilinder achter elkaar, in de lengte van het frame. Zo bleef de
motor net zo smal als een ééncilinder en het was niet zo'n grote technische en
relatief goedkope ingreep. Groot nadeel was de koeling van de achterste
cilinder. Tegenwoordig lossen we dat meestal op met waterkoeling maar tot de
tachtiger jaren van de vorige eeuw werd daar niet veel aandacht aan besteed.
Het meest voor de
hand liggend was eigenlijk het blok negentig graden draaien zodat beide
cilinders in de rijwind kwamen te liggen. Hierdoor werd het ook mogelijk om
gemakkelijk een cardan toe te passen zonder vermogensverlies door haakse
overbrengingen. Opvallend weinig constructeurs hebben gekozen voor deze
oplossing. Veel ontwerpers kozen voor een dwars geplaatste liggende tweecilinder
zo als bij BMW. Daar lagen de cilinders ook in de wind maar de blokken liepen
veel rustiger en zonder trillingen. Nadeel was wel dat de cilinders nogal
kwetsbaar waren opgesteld. Dit in tegenstelling tot de dwars geplaatste V-twin.
Toen ik een aantal
jaren geleden een Moto-Guzzi V50 in een groen jasje kocht ben ik eens gaan zoeken
wie er nog meer voor dit motorconcept hebben gekozen. Na heel wat speurwerk in
de boeken die ik heb en uren achter het scherm zoeken op internet, ben ik tot
dit lijstje gekomen. Een knappe vent die er nog één weet te vinden. Ben jij
dat?Laat het weten dan zetten we die er ook bij. Blijft een vraag waarom moderne
ontwerpers dit concept niet gebruiken. Zo blijft Guzzi nog steeds de enige.
Hieronder de lijst van modellen.
Ben van Helden (c) |