|
|
|||||||||||||
|
Liefde slijt, ook voor motoren. Nadat ik vele jaren alleen maar over Harley’s kon denken en praten veroverde een Zuid-Amerikaanse roofvogel, geboren in Courfaivre, Zwitserland, mijn hart. Voor trouwe lezers geen nieuwtje Condor Begin ‘99 wist ik niet meer over Condor dan dat het had bestaan. Ik had een foto van een mooie BMW-kloon gezien en na een fietstocht langs ‘t Harde borrelde de nieuwsgierigheid op. Een toen nog wekelijks verschijnend motorblad schreef er een stukje over en wat later kocht ik via internet een A350 legerfiets voor weinig. Een interessante motor maar de laatste stuiptrekking van een Zwitsers motormerk. |
|||||||||||||
Volgens
de officiële lezing is de Condor A350 > gebouwd in Courfaivre,
Zwitserland. Een flink aantal onderdelen werden betrokken uit het zuidelijker gelegen Italië. Het in rubber opgehangen blok is een tot 16 PK terug getuned Ducati breed carter blok en verder zijn er een voorvork van Marzocchi en remmen van Grimeka te vinden. Het leger had te weinig geld om een geheel nieuwe motor te laten ontwikkelen dus werd er naar een kant en klaar oplossing gezocht. |
|||||||||||||
Een
jaar later kwam er nog een Condor binnenvliegen, ditmaal een A580-I.
Een 600cc boxer zijklepper met cardan uit 1953. De A580-I lag uit elkaar en ik moest dus op zoek naar informatie. Zoeken leverde niet veel op en zo werd de Condorclub geboren. De info kwam naar mij toe in plaats van dat ik eindeloos moest speuren. |
|||||||||||||
| Tijdens het verwerken van de informatie bleek er nog een model te zijn die Condor had gemaakt voor het Zwitserse leger. Een model tussen de A580-I (1950-1956) en de A350. (1971-1978) We hebben het hier dan over de A250, ook wel C250 (1958-1968) genoemd. In principe worden de legermodellen met A(rme) aangeduid en de burgermodellen met een C(ondor). Het moest een ééncilinder viertakt kopklepper van 250cc zijn met cardan en bovenliggende nokkenas. En weer denkt u aan BMW. Klopt, het zou een aardige kopie kunnen zijn van de R25/26 of een AWO, alleen zit alles in spiegelbeeld. Na maanden kwam ik in bezit van wat foto's. De hebzucht nam bezit van mij, zo één moest ik hebben. | |||||||||||||
Heel
af en toe zag ik er een te koop op internet, maar Zwitserland vond ik wat
ver weg om effe te gaan kijken. Via de Condorclub kreeg ik contact met
veteranen liefhebber Rob Cator. Toevallig woonachtig in Zwitserland. Hij
werd prompt benoemd tot ambassadeur van de club in Zwitserland. Of hij
er blij mee is weet ik niet maar Rob maakte de contacten met “het Zwitserse”
wel een stuk gemakkelijker en na een tijdje mailde hij mij dat hij een
A250 had ontdekt. Het was een A250 van de eerste serie en van de eerste
civiele eigenaar. Jawel een legerbak van de eerste eigenaar. In Zwitserland
moet je wat langer in dienst dan dat in Nederland moest in die tijd. Na
je diensttijd moet je tot je 35 ste elk jaar weer drie weken terug om je
vaderland te dienen met wachtlopen en motorrijden. Dat moet wel erg zwaar
zijn.
De motor was te koop in verband met de gevorderde leeftijd van de eigenaar
en die zocht een liefhebber, bofte ik even. Het ding ging weg inclusief
uniformjas en helm. |
|||||||||||||
|
Veel
naoorlogse modellen van Condor zijn (mede) ontworpen door Raymond Schaller,
nog steeds woonachtig in Courfaivre, Zwitserland. Er is contact tussen hem en de Condorclub. Resultaat van diverse
briefwisselingen zijn te zien op de internetsite.
De A250 is ontwikkeld toen bleek dat de samenwerking van Condor met Maseratti, in het begin van de vijftiger jaren, niet door ging. Van de Condor-Maseratti (Grand -Sport) werden er niet meer dan 18 gemaakt. Maseratti (de broer van) ging zich richten op blokken met minder inhoud. Dus moest Condor zelf een blok ontwikkelen. |
|||||||||||||
Altijd
als ik iets op het spoor ben dat echt leuk is vertonen mijn inkomsten een
neerwaartse spiraal. De A250 werd dus “in de wacht gezet”.
Maanden later, op Vehikel in Utrecht, sprak ik Rob en het gesprek kwam op de A250. Ik vroeg hem of hij wilde kijken of de A250 nog te koop was. Omdat niet alle Zwitsers weten welke mooie motoren ze hebben gemaakt stond hij nog te koop en kon er zelfs na flink afdingen door Rob wat van de prijs af. We blijven tenslotte Hollander. Rob kocht dus de motor en stalde hem thuis in zijn garage. Het geschorste kenteken en een duidelijke factuur waren in orde dus ik hoefde hem alleen nog maar op te halen. Nou ben ik niet meer zo’n wereldreiziger, ik vind Maastricht al ver weg, maar ik moest dus wat gaan regelen. Busje huren, 850 kilometer heen, motortje inladen, 850 kilometer terug, motortje uitladen, hoppa, zo gebeurt. Voor sommigen zal dat de gewoonste zaak ter wereld zijn. Voor mij ligt dat iets anders. Ik maak sieraden en dat doe ik in mijn atelier, tien kilometer van huis, dat klinkt toch anders dan achthonderd kilometer.Een mens moet niet te beroerd zijn om eens wat anders te doen dus plande ik een weekend, zaterdag heen, hotelletje, motortje opladen en zondag terug. Dan komen de vragen. Kan ik zomaar de grens over? Wat voor een papieren heb ik nodig? |
|||||||||||||
De eerste A250 (C250 genoemd) uit 1957 had een bovenliggende
nokkenas, aangedreven door een koningsas. Teveel speling en slijtage
van de conische tandwielen leidde tot het tweede model. Hierbij werd
de nokkenas aangedreven door een ketting. Problemen met de lagering
van de nokkenas in de aluminium kop en de daardoor veranderende
klepspeling leidde tot het derde en laatste ontwerpmodel waarbij
werd teruggegrepen tot een klassieke onderliggende nokkenas met
klepstoters en tuimelaars. In 1960 werd de eerste 100 geleverd aan het
leger, aanvankelijk met twee afzonderlijke zadels, later met
buddyseat. Totaal werden er 573 gemaakt voor het leger. De voorliefde voor een
ééncilinder met koningsas werd in 1973 toch nog gerealiseerd met de
A350 met Ducati blok. Hiernaast een foto van een uiterst zeldzame
A250 met bovenliggende nokkenas. |
|||||||||||||
Goed
naar Swiss dus dan maar. Alleen nog maar een busje huren. Je wordt doodgegooid met aanbiedingen, airmiles korting, gratis kilometers, noem ze maar op. Het goedkoopste busje
koste toch nog zo’n 700 piek en dat is zonder benzine. Ook een nachtje
slapen en een paar keer eten komt daar bovenop. Er moest dus en alternatief
worden gevonden. Die kwam in de vorm van Frank, een getalenteerde
aankomend edelsmid die regelmatig in mijn atelier te vinden is. Hij
bleek over een dieseltje met trekhaak te beschikken en na wat
voorzichtig aandringen wilde ook hij Zwitserland wel eens zien. Erg
veel keus had hij overigens niet. Een aanhanger was zo geregeld. Dat
maakte het reisje betaalbaar.
Met 80 kilometer per uur konden we veel van Duitsland zien, erg veel. En zo tokkelden we, voorzien van de juiste twee vignetten, tien uur lang naar Zwitserland. Ja, twee vignetten, de aanhangwagen moet ook door Zwitserland. |
|||||||||||||
De
volgende morgen de motor op de aanhanger gesjord en natuurlijk te
laat vertrokken bij Rob. Als je eenmaal begint te kletsen over
motoren gaan ook Zwitserse klokken erg snel. In een uur waren we bij
de grens. Nou
heb ik wat met grenzen. Om één of andere reden word
ik altijd uit het rijtje gepikt. Ik heb een naam hoog te houden dus ook
deze keer mocht ik weer aan de kant gaan staan. De Zwitserse
douanier liep met ons mee naar de Duitse douane alwaar "iets" mocht
afdragen. Gelukkig had ik een “passende” factuur en het geschorste
kentekenbewijs bij mij. Een vervoersdocument of een code 9705600 hadden
ze nog nooit van gehoord. De heren hadden (te) veel interesse in de motor
en waren verbaasd over de wel erg lage aanschafprijs. Gelukkig kon ik hun
aandacht voldoende lang afleiden met het MKZ probleem wat het gesprek van
de dag was. Het formulier had lekker veel stempels, daar houden ambtenaren
van dus dat komt wel goed in Nederland. |
|||||||||||||
Frank
B.
stuurde deze reactie: Beste Ben, Allereerst mijn complimenten voor de site. Ik kan mij nu goed voorstellen dat de Zwitsers hier jaloers op zijn. De Zwitsers hadden toen 2 modellen karabijnen in gebruik te weten; de Kar11 en de Kar31. In Nederland zijn dit wapens die op verlof moeten of ze moeten duurzaam onschadelijk gemaakt zijn. Met vriendelijke groet, Frank Informatie die later uit Zwitserland kwam vertelde een aanvullend verhaal. Alle beugels aan de A580-I, de A250 en de A350 waren NIET bedoeld om een Schmidt-Rubin geweer in de vervoeren. Ze zijn er opgezet na 1957 bij het invoeren van het Sturmgewehr SIG57. |
|||||||||||||
| Thuis gekomen bleek dat er toch het een en ander niet goed was. Een rood lampje bleef tijdens het lopen gewoon branden. Rood betekent gevaar dus was er iets niet goed. Hij laad niet bij denkt de sleutelaar nu meteen. Klopt, bij nadere bestudering kwamen er niet genoeg voltjes uit de dynamo. Dat ding zit voor op het motorblok afgeschermd door een stalen deksel (links op de tekening). Op de uitgaande as zit een zo op het eerste gezicht doodnormale Bosch dynamo. Alles zag er goed uit. Op het einde van de as zit een nokkenas en de vervroeger. Eerst maar eens gaan doormeten. Alle bedrading was nog van het type 1960. Met andere woorden flink verrot. Alle bedrading vernieuwd met wat moderner spul. De spanningsregelaar zag er niet helemaal fris uit maar toen ik hoorde dat een nieuwe gemaakt kon worden voor 1850 Nederlandse gulden vond ik hem mooi genoeg. Verder zoeken dus. Een kennis is wat bedrevener met elektra en hij vond na doormeten dat de wikkelingen van de spoel geen meetbare reactie gaf. Dan toch maar de ontsteking en de dynamo verwijderen. De nokkenas en de vervroeger zaten netjes aan elkaar zodat het zeer eenvoudig is het weer op de juiste manier terug te zetten. Daar is over nagedacht. In de dynamo was een draad doorgesleten en die hing alleen nog aan elkaar door de isolatie. Dat was niet te zien totdat we het spulletje hadden gesloopt. Nieuw draadje erin, alles weer monteren en hoppa hij liep weer. | |||||||||||||
Uiteindelijk
wil ik een kenteken op de motor hebben dus moesten er een paar nieuwe banden
op. Ik heb gekozen voor een paar vettere modellen. In plaats van 3.25x18"
heb ik er 3.50x18" opgezet. Staat zo lekker stoer. De motor is zoals
hij is, ik ga hem niet opleuken of restaureren. Hij is origineel en dat
wil ik zo houden. Bij het monteren van de nieuwe "made in India Dunlop"
banden, aangeschaft bij B.R.A.M. voor een schappelijke prijs, ontdekten
we een forse speling op de achtervork. Tegen de gewoonte van Condor in
was er niets aan af te stellen. Ik verwachtte toch wel nastelbare lagers.
Nee hoor, gewoon ijzer op ijzer. |
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||
| Keuren
Op 21 oktober 2001 is de motor gekeurd door de RDW. Eerst heb ik mij weken lang druk gemaakt om elk detail in orde te krijgen en vervolgens werd de motor in tien minuten goedgekeurd. Eerst werd de algehele staat van de motor bekeken en alle technische gegevens genoteerd. Gewicht, lengte en dat soort dingen. Daarna mocht hij op de weegschaal en kon ik laten horen dat hij ook liep. Het geluid was ver beneden de toegelaten norm. Een fluisterfiets dus. Vanwege zijn leeftijd mocht hij 93 decibel maken, als ik het mij tenminste goed herinner. De lampjes mochten even aan en ook zijn toetertje schalde even door de hal. Klaar. Toen nog "even" naar de douane. Dat duurde iets langer. Na een uurtje kwam de douanebeambte er achter dat het formulier dat ik bij de grens had ontvangen, na afdracht van 249 Mark, slechts een borgstelling was. Ik kon het gemakkelijk terugkrijgen......bij de Duitse grens. Dat heb ik dus weer. Nou ja, ik ga maar weer de douanetelefoon bellen om een passend advies te krijgen. Net als de eerste keer. Daar klopte ook niks van. En eh, o ja, of ik nog even 6% BTW wilde achterlaten, dat kon niet worden verrekend met de borgstelling. BPM hoefde niet want de motor zat in het 0 tarief. Het is maar dat u dat ook weet. December
2001:
Augustus 2005: |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||
| Op de tekening boven is goed te zien dat alle versnellingbak tandwielen horizontaal in één vlak liggen. Zo wordt de afstand tussen het hart van de krukas en het hart van de cardan overbrugt. Daarboven en door onder zit veel loze ruimte. | |||||||||||||
Technische gegevens: Viertakt kopklepper één cilinder Inhoud 247cc
Schakelen doe je rechts. Het schakelpatroon is uniek. Van 1 tot 4 gewoon naar beneden en dan weer terug. Simpel. |
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||
|
In het gereedschaps kastje zit nog het originele gereedschap, lampenset en plakset. In het rechterkastje zit het luchtfilter. De uitlaatdemper is het enige niet originele deel op de machine. |
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||
|
Het voorste zadel kan worden verwijderd middels een beugel. Te zien net achter de benzinekraan en vast op de bovenste framebuis. De vlotterkamer zit recht onder die buis zodat het moeilijk was om de vlotterpen in te drukken. Dat is nodig voor het starten. Die pen is dus verlengt en steekt door de framebuis. Simpel toch? Alle modellen van Condor hebben twee draden aan de accu die eenvoudig met stekkers los zijn te maken.
|
|||||||||||||
Volgende foto's zijn uit augustus
2007.
Inmiddels zijn de polyester kappen om de carburateur ook gemonteerd. De motor wordt regelmatig ingezet bij ritjes naar een veteranentreffen en heeft inmiddels al twee prijzen in de wacht gesleept. |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
![]() |