Jan Eisenloeffel

een project van de Academie voor Edelsmeden Ben van Helden in Zeist

 

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave. PAGEREF _Toc194735583 \h 2

Onderzoeksopdracht.. PAGEREF _Toc194735584 \h 3

Inleiding.. PAGEREF _Toc194735585 \h 3

Levensloop Jan Eisenloeffel in data en vogelvlucht.. PAGEREF _Toc194735586 \h 3

KENMERKEN VAN ZIJN WERK.. PAGEREF _Toc194735587 \h 3

GEBRUIKSVOORWERPEN EN VERHOUDINGEN.. PAGEREF _Toc194735588 \h 3

SOCIAAL BEWUSTZIJN.. PAGEREF _Toc194735589 \h 3

VERSCHILLENDE STIJLEN.. PAGEREF _Toc194735590 \h 3

VRIJ KUNSTENAAR.. PAGEREF _Toc194735591 \h 3

WERK IN OPDRACHT.. PAGEREF _Toc194735592 \h 3

BESCHERMING AUTEURSRECHT.. PAGEREF _Toc194735593 \h 3

FAAM... PAGEREF _Toc194735594 \h 3

Verantwoording.. PAGEREF _Toc194735595 \h 3

Illustraties/foto’s.. PAGEREF _Toc194735596 \h 3

Carduus tegels: 1900. PAGEREF _Toc194735597 \h 3

Klinknagels. PAGEREF _Toc194735598 \h 3

Inktstel: PAGEREF _Toc194735599 \h 3

Jardinière 1: 1901. PAGEREF _Toc194735600 \h 3

Jardinière 2: 1904. PAGEREF _Toc194735601 \h 3

Presenteer blad/schaal/mandje: 1903. PAGEREF _Toc194735602 \h 3

Flessenonderzetter 1. PAGEREF _Toc194735603 \h 3

Flessenonderzetters 2. PAGEREF _Toc194735604 \h 3

Koffiekan: 1905. PAGEREF _Toc194735605 \h 3

Bouilloir: 1903. PAGEREF _Toc194735606 \h 3

7-delig Theeservies 1: 1903. PAGEREF _Toc194735607 \h 3

7-delig Theeservies 2: 1903. PAGEREF _Toc194735608 \h 3

4-delig Messing Theeservies: 1905. PAGEREF _Toc194735609 \h 3

5-delig Koperen Servies: 1905. PAGEREF _Toc194735610 \h 3

4-delig Messing Theeserviesje: 1905. PAGEREF _Toc194735611 \h 3

Theepot, suikerpot en melkkan. PAGEREF _Toc194735612 \h 3

5-delig Theeservies: 1905. PAGEREF _Toc194735613 \h 3

Koekjestrommel: 1910. PAGEREF _Toc194735614 \h 3

Theebusje: 1910. PAGEREF _Toc194735615 \h 3

Schaal: 1915. PAGEREF _Toc194735616 \h 3

Brievenrekje: 1915. PAGEREF _Toc194735617 \h 3

Toepassing van emaille. PAGEREF _Toc194735618 \h 3

Sieradenkistje: 1912. PAGEREF _Toc194735619 \h 3

Gesp: 1912. PAGEREF _Toc194735620 \h 3

Broches: 1915. PAGEREF _Toc194735621 \h 3

Broches: 1923. PAGEREF _Toc194735622 \h 3

Hanglamp: 1923. PAGEREF _Toc194735623 \h 3

Herinneringsplaquette: 1927. PAGEREF _Toc194735624 \h 3

Mantelklok: 1928. PAGEREF _Toc194735625 \h 3

Glasservies: 1928. PAGEREF _Toc194735626 \h 3

Gero-bestek: 1029. PAGEREF _Toc194735627 \h 3

Aardappellepel: ca 1930. PAGEREF _Toc194735628 \h 3

Merktekens. PAGEREF _Toc194735629 \h 3


 

Onderzoeksopdracht

 

Dit rapport werd gemaakt door studenten van de ‘Academie voor Edelsmeden’ te Utrecht. Zij volgen de tweejarige beroepsopleiding tot edelsmid en beeldend kunstenaar van Ben van Helden.

De beroepsopleiding is opgebouwd uit één wekelijkse praktijkdag van 7 uur waarin de studenten in groepen van maximaal 10 personen in het atelier werken aan praktijkopdrachten en les krijgen in theoretische achtergronden en technieken van het vak. In twee jaar worden - in opklimmende moeilijkheidsgraad- ongeveer 30 opdrachten gemaakt waarvan de kwaliteit en de vorderingen middels 5 certificaatopdrachten getoetst worden.

Naast deze theoretische lessen en praktijkopdrachten, worden de studenten opgeleid in vaktechnische tekenvaardigheden, krijgen ze groepsopdrachten als ‘presentatie- en verkooptechnieken’ en onderzoeksopdrachten met betrekking tot historisch belangwekkende zilver- en goudsmeden.

Dit rapport is het verslag van de onderzoeksopdracht naar de betekenis van Jan Eisenloeffel voor de ontwikkeling van het vak van edelsmid. De lezer wordt stapsgewijs meegevoerd in het leven en werk van Eisenloeffel, waarbij we stilstaan bij zijn invloed op de edelsmeedkunst, zijn materiaalkeuze en materiaalbewerkingen en geven we een inkijk in zijn gedachtegoed. Maar meer nog dan de beschrijvingen zullen de foto’s van de werken van Eisenloeffel tot de verbeelding spreken én recht doen aan zijn kunstenaarschap!

Aangezien het lastig is om met 10 deeltijdstudenten - die uit alle delen van Nederland komen- een groepsopdracht te voltooien presenteren wij niet zonder trots dit rapport.

 

Utrecht, maart 2008

 

M.Abel, E.v.Battum, Jan t.B, N.vd Haar, I d. Kort, M.N., E.Prince, E.Roodink, I.Spijksma, K.Spruit.
Voor internet aangepast door Ben van Helden

 

Inleiding

Jan Eisenloeffel is een toonaangevende edelsmid uit de laatste decennia van de 19de en eerste decennia van de 20ste eeuw.

Zo was Eisenloeffel de eerste kunstenaar in Nederland die - zoekend naar mogelijkheden de vormgeving van metalen voorwerpen voor huiselijk gebruik te verbeteren- tot zeer originele en verrassende oplossingen kwam. In zijn oeuvre vinden we geen gestileerde naturalistische motieven, zoals in België, Frankrijk en Duitsland in die tijd gebruikelijk was, maar eenvoudige strakke vormen met (on)opvallende geometrische ornamenten. In talrijke musea in binnen- en buitenland zijn tegenwoordig voorbeelden te zien van zijn vroege werk van voor 1908, dat beschouwd wordt als het interessantste deel van zijn oeuvre.

Na zijn studie aan de ‘Rijksnormaalschool’ in Amsterdam werd zijn interesse gewekt voor de moderne beweging in de decoratieve kunst. Architecten als H.P. Berlage en K.P.C. de Bazel, die een duidelijk zichtbare constructie en eerlijk materiaalgebruik voorstonden, beïnvloedden hem. Eisenloeffels ontwerpen werden verkocht via Het Binnenhuis en later via zijn eigen firma De Woning. Uit zijn atelier kwam met de hand gemaakt zilveren serviesgoed, maar ook machinaal vervaardigde koperen voorwerpen. Opvallend is ook zijn (spaarzame) toepassingen van email.

 

Levensloop Jan Eisenloeffel in data en vogelvlucht

1876 Jan wordt geboren in en groeit op in Amsterdam. Als zijn vader overlijdt, wordt Ferdinand Willem Hoeker zijn voogd. Hoeker heeft lange tijd één van de belangrijkste zilverbedrijven in Amsterdam. In het bedrijf van de familie Hoeker leert de jonge Jan tekenen en maakt hij kennis met alle aspecten van de edelsmeedkunst. Hoeker is zeer geïnteresseerd in artistieke vernieuwingen in de kunstnijverheid en stimuleert de jonge Eisenloeffel. Hij blijft doortekenen en behaalt zijn akte ‘middelbaar tekenen’ aan de Rijks Normaalschool voor Tekenonderwijzers in Amsterdam.
1898 Eisenloeffel maakt een reis naar Sint Petersburg. Hij bestudeert daar de techniek met emaille. Na zijn terugkeer gaat hij weer bij de familie Hoeker werken.
1900 Eisenloeffel wordt medewerker in de firma ’t Binnenhuis. Hoeker & Zoon exposeert zilver naar ontwerp van Eisenloeffel op de wereldtentoonstelling, dat bekroond wordt met een gouden medaille.
1901 Eisenloeffel wordt lid van ‘Architectura et Amicitia’ en verhuist hij naar Overveen. Eisenloeffel ontwerpt een zilveren tafelgarnituur als huwelijksgeschenk voor Koningin Wilhelmina. Hij treedt uit ’t Binnenhuis. Vanaf 1901 is zijn werk regelmatig te zien op tentoonstellingen.
1902 Eisenloeffel beëindigt de samenwerking met Hoeker & Zoon en Amstelhoek. Hij neemt deel aan de ‘Internationale Tentoonstelling van Moderne en Decoratieve Kunst’ te Turijn en behaalt er een gouden medaille. Op 30 januari laat Eisenloeffel een nieuw meesterteken registreren bij de Waarborg te Amsterdam. De oprichting van De Woning (Keizersgracht 304) volgt en hij wordt lid van de vereniging ‘Kunst aan het Volk’.
1904  Eisenloeffel is medeoprichter van de ‘Nederlandsche Vereniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst’.
1905 Eisenloeffel trouwt op 11 mei met Liede Tilanus, weduwe van Michel Duco Crop. Zij is actief lid in de ‘Bond van sociaal-democratische vrouwenclubs’ en gemeenteraadslid voor de S.D.A.P. te Amsterdam. Het huwelijk blijft kinderloos.
1906 Eisenloeffel neemt deel aan de Wereldtentoonstelling in Milaan en zijn werk wordt bekroond met een Grand Prix.
1907  Eisenloeffel verhuist naar Laren.
1908 Hij vertrekt naar München en neemt daar deel aan de ‘Tentoonstelling München 1908’ maar in augustus keert hij, teleurgesteld over de werksituatie in Duitsland, terug naar Nederland.
1909 Hij vestigt zich in Blaricum waar hij zijn eigen werkplaats opricht.
1914 Eisenloeffel verhuist van Blaricum naar Amsterdam.
1915 De NV Jan Eisenloeffel’s Kunstnijverheid, op het Rokin 34 wordt opgericht.
1918 Circa 1918 verhuist zijn bedrijf naar de Nieuwezijds Voorburgwal 49 te Amsterdam. Eisenloeffel’s inzending op de ‘Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes’ te Parijs wordt bekroond met een gouden medaille.
1930 Eisenloeffel maakt deel uit van het voorlopige bestuur van de V.A.N.K. kring te Amsterdam. Eisenloeffel wordt benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In de komende jaren zal zijn bedrijf worden opgeheven, wanneer precies is niet bekend.
1940 Van 1940 tot 1945 werkt Eisenloeffel in beperkte mate door in zijn huis in Amsterdam en in zijn vakantiehuisje in Elspeet.
1945 Eisenloeffel wordt lid van de ‘Vereniging van Beoefenaren der Gebonden Kunsten’.
1948 Eisenloeffel neemt deel aan de ‘Internationale Demonstratie 1948 van de Ambachts- en Nijverheidskunst’ te Den Haag.
1953 De vrouw van Eisenloeffel overlijdt in een verzorgingshuis te Zeist.
1956 Eisenloeffel wordt gehuldigd ter ere van zijn 80ste verjaardag in het Stedelijk Museum te Amsterdam.
1957 17 september overlijdt Eisenloeffel te Amsterdam.

KENMERKEN VAN ZIJN WERK

GEBRUIKSVOORWERPEN EN VERHOUDINGEN

Zoals in de inleiding al werd aangegeven is Jan Eisenloeffel is een toonaangevende edelsmid uit de laatste decennia van de 19de en eerste decennia van de 20ste eeuw.

Zo was hij de eerste kunstenaar in Nederland die voorwerpen voor huiselijk gebruik verbeterde met zeer originele en verrassende oplossingen en in zijn werk eenvoudige strakke vormen met (on)opvallende geometrische ornamenten gebruikte.

Zijn gevoel voor verhoudingen en proporties bracht hij onder in de “leer der harmonie”. Deze leer heeft vele kunstenaars geïnspireerd en stoelde op: alles in verhouding en harmonie met het geheel en het werken met ‘systemen’. Deze werk- en zienswijze werd richtlijn in de ceramiekwerkplaats Amstelhoek (in 1896 opgericht door Willem Hoeker) die later uitgebreid werd met een afdeling ‘edelsmeedwerk’ en een afdeling meubels.

 

SOCIAAL BEWUSTZIJN

Door zijn verblijf in Sint Petersburg en Moskou (1898) komt hij in contact met traditionele kunstvormen in de Russische en Oosterse kunst. Dit heeft een blijvende invloed op zijn vormtaal, decoraties en emailgebruik.

Niet alleen op het werkvlak is het bezoek belangrijk geweest; ook ervaart hij in Rusland de sociale ongelijkheid en leert de nieuwe socialistische leer te waarderen die dan in Nederland eveneens sterk in opkomst is. Hij ontwikkelt in deze jaren een sterk sociale bewustzijn, dat uiteindelijk zijn werk zal beïnvloeden.

In lijn met de ontwikkeling die werd ingezet door John Ruskin (1819-1900), William Morris (1834-1896) en Walter Crane(1845-1915), is hij tegen het uitbuiten en het ‘domhouden’ van de arbeiders.

“Hij is van mening dat: “De ambachtsman economisch en daardoor geestelijk onafhankelijk moet worden”, waardoor “De vervaardiging van goedkope maar mooie en goed vormgegeven (dagelijkse) voorwerpen de arbeider (op)gevoed kan worden”

Na zijn verblijft in Rusland gaat hij weer aan de slag bij Hoeker in Amsterdam waar hij vanaf 1899 zilver- en emailwerk naar eigen ontwerp gaat vervaardigen.

 

VERSCHILLENDE STIJLEN

Jan Eisenloeffel interesseerde zich zeer voor de industriële toepasbaarheid van zijn ontwerpen, waarbij hij mathematisch verwante verhoudingen aan zijn ontwerpen ten grondslag legde. De eenvoudige strakke vormen met onopvallende geometrische ornamenten sloten naadloos aan bij de ontwikkelingen van bijvoorbeeld de architectuur van H.P. Berlage.

In 1900 richt Hoeker samen met H.P. Berlage de coöperatieve woninginrichtingsfirma ’t Binnenhuis’ op. Eisenloeffel wordt sterk gestimuleerd door en betrokken bij deze activiteiten en dat wordt zichtbaar in zijn werk.

De schoonheid van het materiaal voor zichzelf laten spreken en het laten zien van constructieve elementen zijn kenmerken die toonaangevend worden. Zijn werk van rond 1900 heeft in Nederland een uniek karakter. Dit wil niet zeggen dat zijn latere werk van mindere waarde is. Het lijkt gaat hier bijna te gaan om het werk van twee verschillende persoonlijkheden. De eerste die werkt volgens een strak ideologisch korset. De tweede “een bevrijd man” die zijn werkelijke kunstzinnige aard toont. Het latere werk, dat veel overeenkomsten heeft met de internationale luxestijl die Art Deco kenmerkt, valt onder een andere noemer. Deze kunstwerken voegen net als zijn vroege werk veel waarde toe aan de Nederlandse kunst(nijverheid) uit het Interbellum.

Aanvankelijk stond Eisenloeffel te boek als “goud- en zilverbewerker” of “koperwerker” (wat betekent dat hij de voorwerpen toen grotendeels zelf maakte), maar na 1905 als “industrieel tekenaar”. Hij had gehoopt zijn ontwerpen in grote aantallen te kunnen laten produceren, zodat ze aan een brede, anonieme, klantenkring verkocht konden worden voor een redelijke prijs. Willem Hoeker had echter minder zakelijk dan kunstzinnig inzicht en Amstelhoek gaat al eind 1903 failliet. Na onenigheid met Willem Hoeker verlaat Eisenloeffel in 1901 ‘t Binnenhuis’ en richt samen met Willem Penaat in Amsterdam een eigen verkoop firma op: ‘De Woning’.

 

VRIJ KUNSTENAAR

In 1907 krijgt Eisenloeffel het aanbod om in München te komen werken bij de ‘Vereinigte Werkstatten’. Zijn werk is in Duitsland al vrij bekend en hij ziet dit aanbod als kans om het nu werkelijk industrieel te gaan vervaardigen. Deze onderneming mondt uit in een volledige desillusie en zorgt voor een artistieke ommezwaai. Hij breekt met zijn eigen idealistische werk. De combinatie kunst en industrie worden door hem onverenigbaar verklaard en hij wil niet meer op dezelfde manier doorwerken. Hij gaat zich ontwikkelen als autonoom kunstenaar en maakt rijk gedecoreerde stukken voor individuele opdrachtgevers.

Zijn wil om autonoom kunstenaar te worden dwingt hem om een nieuwe vormtaal te ontwikkelen en gebruik te maken van nieuwe technieken. Hij volgt van 1912 tot 1919 lessen in figuur- en naakttekenen aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en lessen in de emailklas van de Weense Kunstnijverheidsschool in 1920. In Wenen leert hij de ingewikkelde techniek van vensteremail (email de plique). Deze techniek is zo arbeidsintensief dat het voorheen niet binnen zijn ideologische kader paste. Door het vervallen van dit kader kan Eisenloeffel nu eindelijk doen wat hij wil: vrij kunstenaar zijn!

 

WERK IN OPDRACHT

In 1918 maakt hij kennis met A.J.M. Goudriaan, een scheepsmagnaat te Rotterdam, voor wie hij tussen 1918 en 1928 een groot aantal opdrachten vervaardigt. Hij werkt in deze periode bijna uitsluitend voor Goudriaan. Tussen 1918 en 1923 werkt hij aan een opdracht die volgens Eisenloeffel zelf “de kroon” op zijn werk als vrij kunstenaar zal worden. Het gaat hierbij om de grote lichtkroon met vensteremail.

Na de periode Goudriaan blijft hij werken aan unica en blijft ook nog zijn “oude werk” produceren en heel af en toe maakt hij nog ontwerpen voor de industrie, zoals het zeer uitgebreide verzilverde bestek voor de firma Gero.

 

Er wordt wel beweerd dat de rol van Jan Eisenloeffel’s als avant-garde kunstenaar is uitgespeeld als hij zich gaat toeleggen op het ambachtelijk vervaardigen van unica in deze stijl. Deze bewering gaat alleen uit van het feit dat een kunstenaar niet rigoureus van opvattingen of idealisme mag veranderen. Hij gaat zich toeleggen op deze manier van vormgeving omdat hij het ideaal van de vervaardiging van kunstnijverheid voor het “grote volk” niet op zijn manier kan verwezenlijken. Hij maakt een bewonderenswaardige artistieke omslag, leert nieuwe technieken en vormen beheersen en neemt wel degelijk een leidende rol in een heel andere stilistische stroming.

 

Hoewel het zwaartepunt van zijn werk ligt bij het vaatwerk en ander gebruiksgoed heeft hij met zijn geëmailleerde broches in koper en brons vanaf 1908 een continue stroom aan goedkope serie-sieraden gerealiseerd. Eisenloeffel heeft ook ontwerpen gemaakt voor keramiek van De Distel (een drietal broches). In de loop der jaren werden met name zijn grote gebruiksvoorwerpen als lampen en klokken steeds bewerkelijker.

 

BESCHERMING AUTEURSRECHT

Dat Eisenloeffel's werk gaandeweg bekender werd had echter niet alleen maar positieve gevolgen. Een onplezierige ontwikkeling was dat sommige minder creatieve kunstenaars en fabrikanten zijn modellen gingen navolgen en ze soms zelfs ronduit plagieerden. Bovendien gebeurde dit vaak op een slechte manier, die niet alleen afbreuk deed aan zijn reputatie, maar door de lagere prijs zijn eigen werk moeilijker verkoopbaar maakte. Dat dit ongestraft kon gebeuren kwam door gebrek aan wettelijke bescherming op het auteursrecht van ontwerpen. Niet alleen Eisenloeffel, maar ook vele andere ontwerpers hadden hiermee te kampen.

 

FAAM

Jan Eisenloeffel heeft zijn faam in de eerste plaats te danken aan zijn werk in metaal, maar hij heeft zich niet uitsluitend tot dat materiaal beperkt. In navolging van Engeland en Duitsland, waar jaarboeken van The Studio en de Werkbund werden gepubliceerd, ging in Nederland de V.A.N.K. er toe over een dergelijk jaarboek uit te geven. Ook werk van Eisenloeffel staat regelmatig afgebeeld in deze jaarboeken, die daardoor een goede informatiebron vormen voor zijn werk uit de jaren twintig.

Zijn kostbare ontwerpen uit de jaren twintig passen bij de smaak van een kleine groep kunstliefhebbers, die het als hun plicht zag Nederlandse kunstenaars te steunen. Het volstrekt eigen en niet te imiteren karakter van het late werk van Eisenloeffel heeft (zoals gezegd) op een merkwaardige manier overeenkomsten met de internationale luxestijl die de Art Deco kenmerkt. Eisenloeffel's baanbrekende ontwerpen van rond de eeuwwisseling genieten al enige decennia alom een -verdiende- faam; nu lijkt de tijd gekomen om ook zijn latere werk, waarin zijn grote vakmanschap en fantasie op een heel andere wijze tot uiting komen, de appreciatie te geven die het toekomt.

 

Tijdens de oorlog moet hij zich beperken tot kleiner werk en na de oorlog vervaardigt hij voor zowel private als burgerlijke instanties nog opdrachten. Op zijn tachtigste verjaardag wordt hij in het Stedelijk Museum gehuldigd en een jaar later sterft hij te Amsterdam.
 

 

Verantwoording

De teksten en nu volgende afbeeldingen zijn ontleend aan:

      Jan Eisenloeffel 1876-1957; Auteurs: Annelies Krekel-Aalberse en Emke Raassen-Kruimel; Uitgever: Waander Uitgevers, Zwolle

 

·     Johannes Cornelis Stoffels 1878-1952; Auteur: Peter de Rijcke; Uitgever: Waanders Uitgevers, Zwolle

 

·     Verder is gebruik gemaakt van informatie van de volgende sites:

www.hessink.nl; www.collectibles.nl; www.marcelgieling.nl; www.botterweg.com; ww.vvnk.nl; www.plateel.nl; www.exclusive-life.de; www.rijksmuseum.nl; www.treadwaygallery.com; www.herr-auktionen.de; www.antiekvalentijn.com.

Het is tegenwoordig de gewoonte om toestemming te vragen als u informatie van deze pagina wilt gaan gebruiken. (copyright: Academie voor Edelsmeden Ben van Helden 0302314895)

 Illustraties/foto’s

 

 

Carduus tegels: 1900
 

Begin 1900 ontwierp hij tegels, vazen en serviezen voor Plateelbakkerij “De Distel” waaronder deze mooie carduus tegels.
 

Klinknagels

Naast de decoratieve richting kende de Nieuwe Kunst in Nederland een tweede stroming waarin sobere vormen met onopvallende geometrische versieringen belangrijker waren dan uitbundige ornamenten. Op het gebied van metaalbewerking was Jan Eisenloeffel de voornaamste voorvechter van deze constructieve richting. Hij ontwierp zilveren en andere metalen voorwerpen die waren aangepast aan de eisen voor serieproductie: de losse onderdelen konden met behulp van machines worden gemaakt en eenvoudig worden gemonteerd. Hij ging hierin zo ver dat hij de onderdelen waaruit een gebruiksvoorwerp werd samengesteld door middel van sierklinknagels benadrukte.

Inktstel: een voorbeeld van de beroemde klinknagelversiering.

Jardinière 1: 1901

In 1901 ontwerpt Jan Eisenloeffel deze fraaie koperen jardinière. Deze is gemerkt met het stempel van de “Amstelhoek”.

Jardinière 2: 1904

Door Jan Eisenloeffel ontworpen; Nu in het bezit van het Amsterdams Historisch Museum

Presenteer blad/schaal/mandje: 1903

Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel; gemaakt van messing

Dit voorwerp geeft een goed beeld over hoe verfijnd en precies zijn versieringen waren

Flessenonderzetter (gemerkt met stempel)

Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel

Gemaakt van messing
doorsnede: 13,5 cm

Flessenonderzetters

Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel; gemaakt van messing. 

Koffiekan: 1905

Zilveren koffiekan met pitriet afgewerkt handvat en met emaille afgewerkt deksel, gemaakt bij Firma Begeer te Utrecht.

Dit ontwerp koffiekan is diversen keren in verschillende uitvoeringen en metalen gemaakt. 

Bouilloir: 1903

Materiaal: messing

7-delig Theeservies 1: 1903

Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel; messing

7-delig Theeservies 2: 1903

Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel; Messing

4-delig Messing Theeservies: 1905
Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel; Een theepotje op komfoortje, melkkannetje en suikerbak met deksel (gestempeld)
5-delig Koperen Servies: 1905
Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel; bestaande uit een mokkakan, theepot, vierkant komfoor, en grote suikerbak met deksel, hierbij een rechthoekige koperen theedoos met deksel. 
4-delig Messing Theeserviesje: 1905
Ontwerp: Jan Eisenloeffel; Bestaande uit een theepotje met houten knop, suikerbak met deksel, en een melkkannetje (onduidelijk gemerkt in het theepotje)

Theepot, suikerpot en melkkan

Het servies bestaat uit een theepot, een suikerpot en een melkkannetje. Kleine versieringen aangebracht, zoals de gestileerde bloemmotieven in email cloisonné.

Dit werk staat in het Rijksmuseum. 

 

5-delig Theeservies: 1905

Ontwerp en uitvoering: Jan Eisenloeffel; van wit metaal gemaakt (waarschijnlijk een kopernikkel legering).

Koekjestrommel: 1910

J. Eisenloeffel; Messing

Theebusje: 1910

J. Eisenloeffel; Messing

Schaal: 1915

J. Eisenloeffel (gemerkt); schaal, Alpaca; hoogte: 5,5 cm; diameter: 17 cm 

Brievenrekje: 1915

Afmeting 11x12x12 cm 

Toepassing van emaille

Na terugkeer uit München is hij begonnen met de meer barokke kleurenpracht, door middel van emaille, in zijn ontwerpen te verwerken.

Sieradenkistje: 1912

Vervaardigd uit brons met emaille

Gesp: 1912


Broche: 1915

 

 

 

 

 

Broches: 1923

 

In opdracht van Rederij Goudriaan uit Rotterdam ontwerpt Jan Eisenloeffel in 1923 een hanglamp van brons. Afbeeldingen op de zijkant van de lamp zijn geïnspireerd door de ideeën van Freud.  De menselijke driften zijn gekoppeld aan de vier seizoenen en beelden tafereeltjes uit van de jacht en het liefdesleven.


Hanglamp: 1923

Ongeveer 180 cm hoog

Herinneringsplaquette: 1927

In 1927 ontwerpt Jan Eisenloeffel deze herinneringsplaquette t.b.v. 25 jarig lidmaatschap van de Alg. Bond van Meubelmakers.

Afmeting 21 x 16 cm

Mantelklok: 1928

Koper met emaille 

 

Glasservies: 1928

Ontwerpt Jan Eisenloeffel o.a. een 92-delig glasservies voor Kristalunie in Maastricht.

Gero-bestek: 1029

Ontwerp Jan Eisenloeffel voor Gero een bestek. Bekend onder de naam model 70. Dit is één van zijn grootste industriële ontwerpen geweest. Het was in 1953 nog steeds in productie.

Aardappellepel: ca 1930

Vermoedelijk zilver

Merktekens